Je merkt het al een tijdje. Als er iets moet gebeuren, ben jij degene die het oppakt. Collega’s kijken naar jou als het spannend wordt. En ergens vraag je je af: zou leidinggeven iets voor mij zijn?
Trainer Jeroen van Wijngaarden hoort die vraag regelmatig aan het begin van een training. Zijn antwoord is verrassend: “Als je jezelf de vraag stelt, ben je er aan toe.” In deze blog lees je hoe je ontdekt of een leiderschapsrol bij je past en hoe je voorkomt dat je blijft hangen in twijfel.
Laten we even stilstaan
De vraag “is leidinggeven iets voor mij?” klinkt als een vraag waar je een helder antwoord op zou moeten hebben. Maar zo werkt het niet. Het is geen kennistoets. Het gaat over wat je van nature doet en of je bereid bent om een kwetsbare positie in te nemen. Jeroen: “Als die vraag bij je opkomt, is dat een serieus signaal.”
Waarom twijfel en verlangen naar leiderschap zo vaak samenkomen
Leidinggeven is een eenzame plek. Je doet het nooit voor iedereen goed en als het misgaat, ben jij vaak degene die de wind van voren krijgt. Dat weet je van tevoren, bewust of onbewust. Jeroen: “Het is gewoon een hele kwetsbare plek.”
Dat maakt twijfelen begrijpelijk. Je voelt de beweging naar voren, maar je ziet ook wat het kost. Die spanning tussen willen en aarzelen is geen zwakte. Het laat zien dat je de rol serieus neemt.
Wat gebeurt er als je je twijfels negeert?
Wie de vraag of leidinggeven past blijft uitstellen, verliest langzaam richting. Je blijft functioneren in een rol die niet meer volledig past. Je merkt dat je enthousiasme en energie weglekken. Het werk is nog leuk, maar je verlangt naar iets anders en hebt het gevoel dat er meer in je zit. En die onbeantwoorde vraag blijft knagen.
Andersom geldt het ook. Als je de stap zet zonder eerlijk naar jezelf te kijken, loop je het risico dat je vastloopt in een rol die niet bij je krachten past. Beide scenario’s vragen om hetzelfde: de moed om het te onderzoeken.
Tip 1: Onderzoek je bewegingen
Vergeet even de competentielijstjes. Kijk naar wat je van nature doet. Jeroen: “Heb jij de neiging om de hele tijd tegen de groep te zeggen: zullen we? Zullen we dit eens op papier zetten? Zullen we dit efficiënter aanpakken? Als je jezelf daar steeds op betrapt, ben je in de wieg gelegd als leidinggevende.”
Simon Sinek zegt hierover: een leider is niet iemand met een set competenties, het is iemand die als eerste gaat. Niet omdat het moet, maar omdat het niet anders kan. Herken je bij jezelf die onbedwingbare neiging om naar voren te stappen en de lijnen uit te zetten? Dan is dat een sterker signaal dan welk assessment ook.
Tip 2: Leer je kracht kennen en zet die in
Jeroen verwijst naar onderzoeker Marcus Buckingham, die al 25 jaar onderzoek doet naar werkgeluk en leiderschap. Zijn conclusie: middelmatige leidinggevenden jagen een set competenties na. Excellente leidinggevenden doen dat niet. Die zijn bezig met de vraag: hoe kan ik van mijn kracht nog beter gebruik maken?
Dat is een ander uitgangspunt dan de gangbare benadering van “vraag feedback en werk aan je zwakke punten”. Jeroen over zichzelf: “Ik ben niet zo zorgzaam van nature. Dat zit niet in mijn gebakken. Ik kan het wel, maar ik moet het altijd bewust doen. Ik kan gaan proberen daar beter in te worden, maar dan loop ik mezelf voorbij. Wat ik wél kan doen is het organiseren. Zorgen dat er iemand om me heen is die zegt: Jeroen, ga even in op wat er bij de mensen speelt.”
De vraag is niet: ben ik overal goed in? De vraag is: weet ik waar mijn kracht zit en durf ik de rest te organiseren?
Tip 3: Durf te beginnen
Jeroen: “Ik denk dat heel veel leidinggevenden, als ze eenmaal rechtsaf geslagen zijn, niet meer terug durven te keren als het niet blijkt te werken. En dan maar blijven zitten.”
Zijn advies: spreek met jezelf een proefperiode af. Ga die leiderschapsuitdaging aan, maar evalueer bewust. Stel jezelf drie vragen. Als je voor een taak staat: kijk je ernaar uit? Als je ermee bezig bent: vliegt de tijd? En als je ermee klaar bent: kijk je er met voldoening op terug?
Als het antwoord op die drie vragen regelmatig ja is, zit je op de goede plek. Maar als je merkt dat je steeds opziet tegen de dag, dat de tijd als stroop voelt en dat je na afloop vooral opgelucht bent, dan is dat een belangrijk signaal.
Praktijkvoorbeeld: de deelnemer die altijd als eerste ging
Jeroen vertelt over een deelnemer aan één van zijn trainingen. Zodra er in de training een taak aan de groep werd gevraagd, was hij de eerste die opstond. “Nou, zullen we?” En dan kwam hij met een voorstel. Elke keer weer.
Dat leverde hem niet alleen bijval op. Hij kreeg ook te horen: nee, slecht idee. Dat hoort erbij, zegt Jeroen. Wie als eerste gaat, vangt ook de kritiek. Maar hij bleef naar voren stappen.
Jeroen: “Dat is wat ik bedoel met die onbedwingbare neiging. Die had hij. En hij kon daar eindeloos zijn kracht in kwijt.” Tegelijkertijd benadrukt Jeroen dat het contextafhankelijk is. Er zijn teams die juist iemand nodig hebben die de aansluiting met andere afdelingen organiseert, niet iemand die intern de lijnen uitzet. Of je krachten ook werkelijk tot hun recht komen, hangt af van waar het team behoefte aan heeft.
Wanneer is extra ondersteuning nodig?
Als je merkt dat je de vraag of leidinggeven bij je past al lang met je meedraagt zonder dat je verder komt, helpt het om er niet alleen mee te blijven zitten. In de training Leider in Jou onderzoek je of leidinggeven bij je past en wat je leiderschapsrol is.
Ruimte voor groei en bewust leiderschap
Of je toe bent aan een leiderschapsrol ontdek je niet door een checklist af te vinken. Je ontdekt het door te kijken naar je eigen bewegingen. Stap je naar voren als het spannend wordt? En durf je ook weer terug te stappen als het niet past?
Jeroen: “Als je jezelf de vraag al stelt, ben je op de helft. Ga het doen. En spreek met jezelf af dat je evalueert of een leiderschapsrol bij je past.”
Inzichten
- Als de vraag “is leidinggeven iets voor mij?” bij je opkomt, is dat op zichzelf al een krachtig signaal.
- Kijk naar je eigen bewegingen. Heb je de neiging om als eerste te gaan?
- Excellente leidinggevenden jagen geen competenties na. Ze leren hun kracht kennen en zetten die maximaal in.
- Spreek een proefperiode af. Evalueer eerlijk en durf terug te stappen als de rol niet past.
- De drie evaluatievragen: kijk je ernaar uit, vliegt de tijd en kijk je er met voldoening op terug?
- Als je de leiding neemt, wees dankbaar voor de mensen die je de leiding geven. Je volgers zijn in feite tevens je leidinggevenden
Het begint bij jou
Om hier niet alleen over te lezen, maar het ook naar jezelf toe te trekken, helpt het om even stil te staan bij deze vragen:
- Waar betrap ik mezelf op de “zullen we?”-beweging? En hoe reageert mijn omgeving daarop?
- Waar zit mijn kracht als ik eerlijk ben? En welke zwaktes probeer ik op te lossen terwijl ik ze beter kan organiseren?
- Als ik terugkijk op de afgelopen maand: bij welke taken vloog de tijd en bij welke voelde het als stroop?
Een kleine oefening
Houd deze week bij welke momenten je de neiging voelt om de leiding te nemen. Niet alleen in vergaderingen, maar ook in informele situaties. Schrijf kort op wat er gebeurde en wat je deed.
Kijk aan het eind van de week terug. Zie je een patroon? En hoe voelde het: als energie of als verplichting?
