Een collega vraagt of je dat dossier kunt oppakken. Je hoort jezelf ja zeggen, terwijl je agenda voor die week al vol is. Je voelt een steek in je maag, maar negeert het. Want jij bent toch iemand die dingen voor elkaar krijgt?
Veel professionals kennen dit patroon: betrokken en van nature geneigd om ja te zeggen, tot je lijf op een dag niet meer mee wil. In deze blog neemt trainer Sabine van Dijk je mee in de vraag hoe je eerder opmerkt dat je over je grens gaat.
Laten we even stilstaan bij
Hybride werken en continu digitaal beschikbaar zijn, is voor veel mensen een vast onderdeel van werk geworden. Met alle prikkels op werk en privé en met social media is de tijd die we onszelf geven om écht op te laden steeds korter geworden. In zo’n context is bewust stilstaan bij je eigen grenzen al een prestatie op zich.
Waarom is het zo lastig om je eigen grenzen te herkennen?
Sabine ziet in haar trainingen dat veel mensen dezelfde worsteling hebben. Juist op de momenten dat je het eigenlijk het hardst nodig hebt om af te remmen, sta je vaak het diepst in de “ik fix het wel”-modus. Sabine noemt dat de I-can-staat. In die modus voel je geen pauze meer. Je rent door van de ene taak naar de andere, en de signalen die je lichaam je geeft worden routinematig genegeerd.
Daarnaast zijn we gewend om alles met ons hoofd op te lossen. Informatie over spanning en vermoeidheid zit in je lijf. Nog een factor die mee speelt is wat psychologen habituatie noemen. Sabine vergelijkt het met wonen langs een spoorweg. De eerste week lig je wakker van elke nachttrein. Een tijd later hoor je het niet meer, tot een logée verbaasd vraagt hoe je überhaupt kunt slapen. Zo werkt het ook met lichaamssignalen. Je lichaam geeft al een tijd tekenen dat je over je grenzen heen gaat, maar je herkent je eigen signalen niet meer.
De gevolgen als je je grenzen negeert
Wie structureel over de eigen grens heen gaat, betaalt daar op meerdere manieren de prijs voor. Sabine: “Je neemt te veel hooi op je vork en je energie lekt weg.” Aanvankelijk vertaalt zich dat in bijvoorbeeld concentratieverlies of een korter lontje. Op de langere termijn wordt het risico op uitval reëel.
De impact stopt niet bij jouzelf. Als leidinggevende zet jouw eigen grens de toon voor het team. Collega’s die zien dat jij constant doorgaat, voelen minder ruimte om hun eigen begrenzing serieus te nemen. Op teamniveau levert dat wrijving en fouten op, en soms verloop dat achteraf vermijdbaar bleek.
Drie strategieën om je grenzen eerder te herkennen
Beter leren herkennen waar je grens ligt, begint bij aandacht voor signalen die anders ongezien voorbij gaan. Onderstaande drie strategieën helpen om die aandacht te oefenen.
Tip 1: breng je signaallampjes in kaart
Sabine gebruikt het beeld van het olielampje dat gaat knipperen op je dashboard. Die kun je een tijd negeren en als je dat lang genoeg doet zie je ‘m na een tijdje nauwelijks nog, maar het lampje knippert niet voor niks. Haar advies is om jouw eigen lampjes in kaart te brengen, verspreid over vier gebieden.
Mentaal: signalen als vergeetachtigheid, piekeren, geen overzicht kunnen houden, enz. Sabine noemt het voorbeeld van sleutels die in de koelkast belanden. Of je merkt dat prioriteiten stellen ineens veel meer moeite kost dan gebruikelijk, of deadlines vergeet.
Emotioneel zijn de signalen vaak sneller te plaatsen. Een lontje dat korter is dan je van jezelf kent, of juist een huilbui die uit het niets lijkt te komen. Maar bijvoorbeeld ook een continue opgejaagd gevoel.
Fysiek kan het heel divers zijn: van hoofdpijn en spierpijn tot een trillend ooglid of een maag die ineens van slag is. Niemand heeft dezelfde combinatie. Je eigen patroon leer je alleen kennen door erop te letten.
In gedrag merk je het vaak als laatste. Je blijft ’s avonds langer op de bank hangen dan je eigenlijk wilt. Of afspraken met vrienden schuif je telkens weer door, terwijl je ze eigenlijk wel leuk vindt.
Een eenvoudige manier om die signalen weer scherp te krijgen, is ze opschrijven. Maak een lijstje van jouw typische lampjes in de vier gebieden. Je kunt dat uitbouwen tot een kort dagboekje waarin je een week lang per dag noteert wat je in je lichaam en in je gedrag hebt opgemerkt. Ook kun je daarbij anderen vragen wat ze zien. Mensen die dichtbij je staan zien soms patronen waar jij inmiddels blind voor bent.
Tip 2: stel duidelijke prioriteiten
Grenzen stellen staat niet los van weten wat er voor jou toe doet. Sabine: “Wat is nou echt het allerbelangrijkste?” Dat is de vraag waar het mee begint. Zolang je daar geen helder antwoord op hebt, verlies je snel het overzicht. En dan word je geleefd door wat andere mensen van jou willen.
Nee zeggen wordt vanaf dat punt makkelijker, vooral omdat je weet waarom je het doet. Voor mensen die perfectionistisch zijn of snel het gevoel hebben anderen teleur te stellen, is dit vaak het lastigste deel.
Toch is dat schuldgevoel meestal ongegrond. Sabine: “Hoewel het wel zo kan voelen voor jou, schaadt het de relatie vaak niet….Zelden schaad je de relatie als jij begrenst. Dat geeft eerder meer duidelijkheid en weten mensen wat ze van je kunnen verwachten.” Je JA betekent niets als je geen NEE kunt zeggen.
In de praktijk werkt het om een paar vaste zinnen standaard in je repertoire te hebben. Denk aan “Ik denk er nog even over na, ik kom erop terug” of een helder “Nee, dat gaat me niet lukken”. Vriendelijk, met een duidelijk einde.
Tip 3: vraag feedback aan je omgeving
We hebben allemaal blinde vlekken, zeker als het om onze eigen grenzen gaat. In de I-can-modus zie je zelf vaak niet wat een stap achteruit zetten wel laat zien. Feedback van mensen om je heen is hiervoor goud waard.
Sabine hanteert hier de vuistregel: “Als drie mensen iets vinden, onafhankelijk van elkaar, dan ga ik dat doen.” Ze kent die regel uit eigen ervaring. Ze is in het verleden twee keer overspannen geweest. De eerste signalen kwamen niet van haarzelf, maar van een vriendin die op een gegeven moment zei dat ze zich echt ziek moest melden. Daarna kwam haar moeder met dezelfde boodschap, en vervolgens een andere vriendin. Pas toen trok ze aan de bel. Achteraf, zegt ze, had ze dat veel eerder moeten doen.
Vragen die je kunt stellen om input te krijgen van mensen om je heen zijn bijvoorbeeld: “Hoe vind jij dat ik functioneer?” of “Zie of merk je iets aan mij de laatste tijd wat ik zelf niet lijk te zien?” Het helpt om iemand op je werk te kiezen die je in een professionele setting meemaakt, en iemand privé. Beiden zien een ander deel van jou.
Een praktijkvoorbeeld: het beschikbaarheidslampje dat altijd aanstond
Sabine vertelt over een deelnemer uit haar training. Zodra deze persoon ’s ochtends haar laptop opende, stond bij haar in Teams het beschikbaarheidslampje op groen?. Ze hield zichzelf de hele dag beschikbaar voor vragen via Teams.
Ook op kantoor stond de deur figuurlijk de hele dag open. Alle vragen en berichten kregen onmiddellijk haar aandacht.
Sabine stelde haar in een coachgesprek een eenvoudige vraag: wanneer je dat lampje hebt aanstaan, wil je dan ook echt dan ook beschikbaar zijn voor anderen? Het antwoord was nee. Op sommige momenten was ze juist zelf geconcentreerd aan het werk, en toch stond het lampje op groen.
In de weken daarna veranderde ze haar werkwijze en kondigde ze dat aan. Het lampje ging alleen op gezette tijden op groen. Wat ze terugkreeg was interessant. Haar team ervaarde meer duidelijkheid omdat duidelijk werd wanneer ze wel en niet vragen konden stellen. En zelf werd ze effectiever in het werk dat ze wél oppakte.
Wanneer is extra ondersteuning nodig?
Als je herhaaldelijk merkt dat de signalen pas opvallen wanneer je al merkt dat je over je grenzen bent gegaan, is dat een teken om hulp te zoeken. Hetzelfde geldt wanneer je de I-can-modus niet meer los kunt laten, of wanneer lichaamssignalen zich opstapelen zonder dat ze verdwijnen bij rust. Te lang in de I can modus brengt je naar de I can’t modus. De plek van “laat maar”, moedeloosheid, afhaken.
In de training APK werk je aan het herkennen en bewaken van je grenzen, en aan het opbouwen van een antenne voor wat er in je lijf gebeurt. Het is een toegankelijke en diepgaande training om bewuster en energieker te leven en werken.
Conclusie: grenzen bewaken is leiderschap
Grenzen kennen is iets anders dan grenzen bewaken. Het eerste is een oefening in zelfkennis, het tweede in keuzes maken. Ze versterken elkaar zodra je erop begint te letten.
Inzichten
- Een grens voel je vaak in je lijf. Je hoofd hoort het nieuws meestal als laatste.
- Signalen komen op in vier gebieden: mentaal, emotioneel, fysiek en gedrag.
- Habituatie zorgt ervoor dat de lampjes die continu branden jou niet meer opvallen
- Begrenzen schaadt zelden de relatie. Het geeft anderen juist duidelijkheid.
- Feedback uit je omgeving maakt blinde vlekken zichtbaar.
Het begint bij jou. Reflectie.
Om hier niet alleen over te lezen, maar het ook naar jezelf toe te trekken, helpt het om even stil te staan bij deze vragen:
- Wanneer merkte jij voor het laatst dat je over je grens ging? En wat had je toen willen doen of zeggen?
- Welke lampjes op jouw dashboard zie je niet bewust meer, omdat ze al zo lang branden?
- Wie zou jij om eerlijke feedback kunnen vragen, iemand die jou echt ziet?
Een kleine oefening.
Sabine gebruikt in haar trainingen een korte ochtendcheck d.m.v. een ABC. Drie letters die je jezelf stelt voordat je aan de slag gaat:
- Ben je er met je volle aandacht, of is je hoofd nog half ergens anders?
- Sta je op dit moment open voor vragen van anderen, of wil je eerst even bij jezelf blijven?
- Hoe is de kwaliteit van het contact dat je nu hebt, met jezelf en met de mensen om je heen?
Doe deze check een week lang elke ochtend, en merk op dat niet elke vraag elke dag hetzelfde antwoord heeft. Die kleine verschillen zijn waardevol.
