Je zit in een overleg en je wil uitspreken wat jij vindt, maar op het moment zelf houd je je in. Achteraf baal je dat je niet je punt hebt gemaakt. Herkenbaar? Je bent niet de enige. Het overkomt veel professionals: je herkent de situatie, je wilt anders handelen, maar toch val je terug in oud gedrag.
Trainer Sabine van Dijk verwoordt het treffend: “Met je ene voet wil je het gaspedaal indrukken, maar onbewust heb je de rem nog vast.” Dat gevoel hoort bij een patroon. Je wil wel anders reageren, maar iets in jou trekt je terug naar het oude spoor.
In deze blog lees je waarom patronen zo hardnekkig zijn, wat er gebeurt als je ze loslaat en hoe je met kleine, concrete stappen meer vrijheid krijgt in je handelen.
Waarom doorbreken van patronen lastig is
Veel mensen proberen patronen met hun hoofd te tackelen, maar dat werkt zelden. Patronen zitten niet in je ratio, maar op een dieper, emotioneel niveau. Ze worden vaak gestuurd door angst: voor afwijzing, voor het teleurstellen van anderen of voor schade aan de relatie. Het zijn vaak meer onbewuste patronen die je remmen. Bij de trainingen van vanHarte & Lingsma draait het er niet om dat je iets nieuws aanleert, maar dat je terugvindt wat je jezelf ooit hebt afgeleerd.
Patronen zijn bovendien automatisch. “Je hoeft er niets voor te doen om in je patronen te komen. Omdat het een ingesleten trigger- respons reactie is.” Sabine wijst op een belangrijk inzicht: “Er zit altijd één ademhaling tussen je trigger en je respons. Maar dat vraagt om bewustwording en om vertragen. Het vraagt om zelfonderzoek.”
Wat gebeurt er als je oude patronen niet loslaat
Vooropgesteld, er zijn veel patronen die prima zijn voor je dagelijks functioneren: brood smeren, je laptop opstarten. Maar er zijn er ook waar je last van hebt. Voor je het weet raak je er opnieuw in verstrikt. Je potentieel blijft achter, “alsof er ergens een luikje dicht zit.” Je voelt frustratie, je energie zakt weg en je loopt steeds tegen dezelfde muren.
Je schuift ongemerkt richting oordeel en schuld. Sabine laat zien hoe dat werkt: je vergelijkt de situatie van nu met hoe het zou moeten zijn, “de ist en de soll situatie.” Hoe groter het verschil, hoe groter je jouw probleem ervaart. Dan zoek je vaak een schuldige – de ander of jezelf, of ‘de wereld” Doordat je de frustratie die daarbij komt kijken niet zo wil voelen, hebben we strategieën ontwikkeld die de pijn een beetje verzachten. Zoals relativeren (zo erg was het nou ook niet, ik doe het wel alleen, ik stop wel met feedback geven, enz)
Die dynamiek raakt niet alleen jou. De frustratie die met het patroon samenhangt is voelbaar voor anderen. Spanning neemt toe en vaak krijg je precies het tegenovergestelde van wat je beoogde. Je wilt bijvoorbeeld verbinding creëren, maar omdat de ander niet reageert zoals je wil, trek je je misschien juist terug. Of je wilt vertrouwen geven, maar je gaat controleren. Precies daardoor werken patronen in leiderschap vaak tegen je eigen intenties in.
Drie tips om belemmerende patronen te doorbreken
Patronen zijn taai, maar niet onaantastbaar. Je hoeft er niet vanaf, -als dat al zou kunnen- je kunt er wel anders mee om leren gaan. Met bewustwording, kleine experimenten en mildheid maak je ruimte voor nieuw gedrag.
Tip 1: Herken je patronen in je dagelijkse werk
Een patroon herken je aan zijn herhaling. “De context is anders, maar jouw patroon blijft hetzelfde.” Gebruik daarom de regel van drie. “Als je drie keer tegen hetzelfde aanloopt… daar mag je jezelf echt iets afvragen.”
Een praktisch hulpmiddel is een patronendagboek. Noteer kort de situatie, wat je voelde in je lijf, hoe je reageerde en wat het effect was. Zo zie je na een tijdje de rode draad.
Tip 2: Laat oude patronen los met kleine experimenten
Verandering begint klein. Sabine geeft er duidelijke voorbeelden van: “Als jij moeite hebt om in het MT je mond open te doen… begin dan in een andere context om te oefenen.” Of: “Als jij jezelf telkens maar weer ja hoort zeggen terwijl er eigenlijk een nee is, begin dan eens met één keer in de week nee te zeggen op een verzoek, of om uitstel te vragen. Zo ervaar je dat grenzen stellen niet leidt tot afwijzing, maar juist tot ruimte.”
Ze vat het werk samen in drie pijlers: “Bewustwording, discipline, mildheid.” Je wordt je bewust van je patroon, je oefent consequent met nieuw gedrag en je blijft vriendelijk voor jezelf als het misgaat. “Het gaat heel vaak mislukken… maar dat is niet erg, want je mag leren.”
Tip 3: Zoek steun bij collega’s of een coach
Patronen zijn vaak blinde vlekken. Je ziet ze zelf niet goed, anderen wel. Deel daarom waar je mee bezig bent en vraag steun. Sabine noemt een voorbeeld: “Ik wil niet met alle taken op mijn lijstje uit de vergadering lopen… willen jullie met me meekijken dat ik niet bij alles weer mijn vinger opsteek.” Daarmee maak je zichtbaar wat je wilt veranderen en betrek je anderen bij je leerproces.
Een coach of training kan dat proces versnellen, door paradoxaal genoeg te vertragen en te verdiepen Er zitten nog enkele stappen tussen. Het helpt als anderen met je meekijken, zodat je beter ziet waar het echt over gaat.
Praktijkvoorbeelden: zo werkt het in de praktijk
Een herkenbaar patroon: te veel verantwoordelijkheid naar je toe trekken. Spreek vooraf uit in je team dat je wilt oefenen met begrenzen. Vraag of ze je erop willen attenderen wanneer je toch weer alle taken naar je toe schuift. Zo maak je je leerproces concreet en geef je collega’s een rol in je ontwikkeling.
Juist microstappen werken beter dan grote voornemens. Je installeert alternatief gedrag in een realistische context en bouwt langzaam vertrouwen op dat je het ook echt kunt.
Wanneer is extra ondersteuning nodig
Soms kom je er alleen niet uit. Dezelfde thema’s keren terug, je voelt stress of je ziet geen vooruitgang, hoe hard je ook oefent. Dan kan extra steun helpen. Bijvoorbeeld de training Doorbreek de cirkel of de APK (Authenticiteit en Persoonlijke Kracht). In die trainingen neem je de tijd en ruimte om te ontdekken wat je tegenhoudt.
Voor leidinggevenden die vooral bezig zijn met innerlijk leiderschap en koers houden, zijn trainingen zoals KIM voor Leidinggevenden of Leider in jou passend. Daar werk je met dezelfde thema’s, maar vanuit de context van leidinggeven.
Conclusie: de kracht van patronen loslaten
Patronen beschermen je, maar ze helpen je niet altijd. Door ze te herkennen en er bewust mee te oefenen, ontstaat er ruimte voor gedrag dat beter past bij wie jij wilt zijn.
Welke patronen wil jij doorbreken in je werk? Kies één klein experiment voor deze week en vraag iemand om met je mee te kijken. Zo zet je de eerste stap naar meer vrijheid en stevigheid in je handelen.
Inzichten
- Patronen doorbreek je door te beginnen met vertragen. Er zit altijd een ademhaling tussen trigger en respons. Die is klein, maar cruciaal.
- Hardnekkige patronen zeggen niets over zwakte. Ze zijn ooit ontstaan om je te beschermen. Je kunt ze dus ook met mildheid onderzoeken.
- Frustratie signaleert vaak een verschil tussen hoe het is en hoe je het zou willen. Dat verschil is geen probleem, maar een ingang tot bewustwording.
- Veranderen lukt als eerste door kleine experimenten in je dagelijkse werk. Microstappen maken nieuw gedrag veilig en haalbaar.
- Je hoeft het niet alleen te doen. Door collega’s of een coach te betrekken maak je onzichtbaar gedrag bespreekbaar en vergroot je de kans op echte beweging.
Het begint bij jou. Reflectie.
Om hier niet alleen over te lezen, maar het ook naar jezelf toe te trekken, helpt het om even stil te staan bij deze vragen:
- Wanneer merkte je voor het laatst dat je terugviel in een patroon dat je eigenlijk al kent? Wat gebeurde er precies in die situatie?
- Wat voelde je op dat moment in je lijf en hoe reageerde je daar automatisch op?
- Welk ander gedrag had je willen laten zien en wat had je daarvoor nodig gehad van jezelf of van je omgeving?
Een kleine oefening
Neem aan het eind van elke werkdag vijf minuten de tijd. Schrijf drie momenten op waarop je je niet hebt laten leiden door vergelijking met anderen. Dat kan klein zijn. Bijvoorbeeld dat je toch je mening gaf. Dat je een grens aangaf. Of dat je juist even niets deed. Noteer per moment wat je deed, wat het effect was en hoe dat voelde.
Doe dit een week lang. Lees je aantekeningen daarna terug. Kijk niet naar wat beter moest, maar naar waar al beweging zat. Wat werkte. Wat jou hielp. En bedenk vervolgens één klein experiment voor de komende week. Iets wat haalbaar is en past in je huidige werkcontext.
