Hoe laat ik oude gewoontes los in mijn leiderschap?

16 maart 2026

11 min leestijd

Je weet precies wat je zou moeten doen. Het gesprek met die medewerker voeren dat al weken op je lijstje staat. Duidelijk maken dat iets anders moet. Maar in plaats daarvan stel je het weer uit. Je zoekt de harmonie en houdt het gezellig. Achteraf baal je. Niet omdat je niet weet wat er nodig is, maar omdat je jezelf weer op dezelfde manier zag reageren.

Het is een patroon dat veel leidinggevenden herkennen. Je bent doorgegroeid naar een positie met meer verantwoordelijkheid, maar de gewoontes die je meeneemt stammen uit een tijd waarin ze goed werkten. Ondertussen knellen ze. Je voelt het, maar loslaten blijkt lastiger dan je had gedacht.

In deze blog neemt trainer Esther Blenk je mee in de vraag waarom oude gewoontes zo hardnekkig zijn en hoe je ze kunt doorbreken. Je leest waarom patronen niet alleen maar lastig zijn en welke stappen helpen om bewuster te kiezen.

Laten we even stilstaan bij oude gewoontes in leiderschap

“Gewoontes klinken onschuldig. Een manier van doen die je gewoon hebt. Maar als leidinggevende bepalen ze meer dan je denkt. Want op het moment dat het spannend wordt, denk je niet bewust na over wat je gaat doen. Je reageert dan vanuit je gewoontes, vaak vol automatisch. Dat gaat zo snel dat je het zelf nauwelijks merkt. Pas achteraf zie je het patroon.”

Dat is op zich niet erg. Sterker nog, het is menselijk. Je hersenen zijn gebouwd om patronen te vormen en die zo efficiënt mogelijk in te zetten. Maar het wordt een probleem als het patroon niet meer past bij de situatie waarin je zit. Als je als leidinggevende hetzelfde gedrag blijft herhalen dat je als teamlid goed hielp, terwijl je rol inmiddels iets heel anders vraagt.

Daar stilstaan bij is al een eerste stap. Niet om jezelf te veroordelen, maar om te begrijpen wat er speelt. Want pas als je snapt waarom je doet wat je doet, kun je er iets mee.

Waarom zijn oude gewoontes zo hardnekkig?

Het korte antwoord: omdat ze werken. Niet per sé in de situatie waar je nu in zit, maar ergens diep van binnen leveren ze je nog steeds iets op. Veiligheid en het gevoel dat je erbij hoort. Dat maakt ze zo lastig om los te laten.

Esther: “Een patroon is er vaak al lang voordat je ooit leidinggevende werd. Zo’n gewoonte om de harmonie te bewaren of het conflict niet aan te gaan, dat heb je al vanaf jongs af aan. Je bent bijvoorbeeld opgegroeid in een gezin waar veel ruzie was, en jij werd de bemiddelaar. Dat patroon heb je dus jong aangeleerd.”

En het heeft lang goed gewerkt. Op school was je degene die vriendjes weer bij elkaar bracht. Op het werk zorgde je dat iedereen het naar zijn zin had. Je hebt er talent uit ontwikkeld en er succes mee geboekt. Maar nu je leidinggevende bent, merk je dat datzelfde patroon je soms in de weg zit. Je vermijdt het lastige gesprek en zegt niet wat je echt denkt. Je houdt de sfeer in stand ten koste van wat er eigenlijk moet gebeuren.

Esther: “Denk aan groeven in een oude langspeelplaat. Iedere keer als je in een situatie terechtkomt die dat patroon triggert, schiet je in dezelfde groef. Zo zit het letterlijk in je hersenen. Het doorbreken van een patroon betekent dat er een andere route in je hersenen moet worden aangelegd.”

Daar komt bij dat het alternatief eng voelt. Wat gebeurt er als ik wél dat conflict aanga? Hoor ik er dan nog bij? Die angst is vaak groter dan het werkelijke risico. Maar ze is krachtig genoeg om je in hetzelfde patroon te houden. Esther: “Daarom noem ik een patroon tegen mijn deelnemers altijd als eigenlijk een vorm van verslaving.”

Wat kost het je als je vasthoudt aan oude gewoontes?

Als je blijft doen wat je altijd deed, krijg je wat je altijd kreeg. Dat klinkt overzichtelijk, maar het heeft een prijs. Je bereikt je doelen niet omdat je het gesprek blijft vermijden. Je medewerkers komen niet naar je toe als het er echt toe doet, omdat ze voelen dat je liever de oppervlakte bewaart. En je raakt vermoeid van het in stand houden van iets dat niet meer klopt.

Op teamniveau merk je het ook. De sfeer is misschien goed, maar de effectiviteit niet. Dingen die gezegd moeten worden, worden niet gezegd. Besluiten worden uitgesteld of afgezwakt. En langzaam ontstaat er een cultuur waarin iedereen het gezellig houdt, maar niemand echt in beweging komt.

Het vervelende is dat je dit vaak wel ziet, maar niet weet hoe je het doorbreekt. Je wilt het anders, maar het patroon is sterker dan je voornemen. Dat is geen zwakte. Dat is precies hoe patronen werken. Ze zijn opgebouwd over jaren en ze laten zich niet door een goed voornemen alleen opzijzetten.

Drie manieren om oude gewoontes te doorbreken

Er is geen schakelaar die je omzet. Patronen doorbreken kost tijd en eerlijkheid naar jezelf. Maar er zijn stappen die helpen om het proces op gang te brengen. Niet als snelle oplossing, maar als uitnodiging om bewuster te kijken naar wat je doet en waarom.

Tip 1: Herken je automatische patronen

De eerste stap is zien wat je doet. Dat klinkt simpeler dan het is. Veel van je gedrag verloopt automatisch, en dat is ook logisch. Als je iedere keer opnieuw zou moeten nadenken over hoe je autorijdt of koffiezet, zou je nergens aan toekomen. Maar diezelfde efficiëntie zorgt ervoor dat je ook in lastige situaties op de automatische piloot reageert.

Esther: “Wat wij in de training doen is dat mensen een automatisch patroon benoemen. Dat komt vaak uit hun leerdoel: ik delegeer niets, dat vind ik moeilijk om los te laten. Of: ik durf het conflict niet aan. En dan gaan we dat onderzoeken. Neem een hele concrete situatie in gedachten waarin dat patroon getriggerd werd. Welke gedachten en gevoelens heb je daarbij?”

Met wie vergelijk je jezelf op dat moment? Welke gevoelens komen er naar boven? Wat zijn alle manieren waarop je het patroon in stand houdt zonder het zelf door te hebben? Door dat nauwgezet te onderzoeken, begin je te begrijpen hoe het patroon bij jou werkt. Niet als abstract begrip, maar als iets heel concreets dat je in specifieke situaties kunt herkennen.

Tip 2: Maak ruimte voor nieuwe gewoontes

Een patroon doorbreken begint niet met afleren, maar met iets nieuws toevoegen. Dat onderscheid is belangrijk. Het oude patroon heeft je ook veel gebracht. Het gaat er niet om dat helemaal overboord te gooien, maar om bewust te kunnen kiezen: zet ik het patroon in of doorbreek ik het?

Esther: “We vragen deelnemers: wat is de winst van je patroon en wat is het verlies? Want die winst- en verliesrekening, die is er allebei. Soms is het juist heel behulpzaam om te bemiddelen en harmonie te bewaren. Maar nu gaat het erom: heb ik ook iets in mijn rugzakje waardoor ik het patroon kan doorbreken?”

Vanuit die bewuste keuze kun je gaan oefenen. Begin klein. Spreek je een keer uit door te zeggen: dit vind ik niet fijn. Of zeg tegen een medewerker: ik hoor dt dit belangrijk voor jou is en iKijk er ook op een andere manier naar. Dat hoeft niet meteen perfect. Het gaat om de eerste stap over die drempel heen.

Esther: “Wat vaak gebeurt, is dat de angst voor het conflict groter is dan wat er in de praktijk gebeurt. Maar je moet soms over die drempel heen.”

Tip 3: Omarm het ongemak als onderdeel van het leerproces

Patronen doorbreken voelt niet prettig. Je doet iets wat je hersenen als onveilig markeren. Je verlaat de route die je al tientallen jaren kent. Het is logisch dat dat weerstand oproept.

Esther vergelijkt het met stoppen met roken. Fysiek ben je binnen een paar dagen van de verslaving af. Maar het patroon eromheen, het gebaar, het moment van ontspanning, dat kost veel langer om te doorbreken. Met gedragspatronen in leiderschap is dat precies zo. Je weet wat je anders wilt, maar het oude gedrag biedt comfort. Daar mild mee zijn naar jezelf is geen luxe, maar noodzaak.

Het helpt om na een lastige situatie even te bespreken wat er gebeurde. Met een collega die je vertrouwt, of met iemand uit je training. Om te reflecteren op wat er anders ging dan anders. Die momenten van eerlijke terugblik zijn het fundament onder verandering.

Praktijkvoorbeeld: van controle naar verbinding

Esther vertelt over een leidinggevende die in alles op de inhoud gericht was. Alles moest kloppen. Hij was er ver mee gekomen, want zijn kennis was groot en zijn oordeel scherp. Maar in de training merkte hij dat hij er doodmoe van werd. En de relaties met zijn medewerkers waren niet zoals hij ze wilde.

De feedback die hij kreeg was helder: collega’s kwamen bij hem voor inhoudelijke vragen, maar niet als ze het moeilijk hadden als mens. Dat raakte hem. Hij maakte toen een bewuste keuze, niet “ik wil minder controle” maar “ik wil meer warme relaties met mijn medewerkers.”

Omdat hij zo helder voor ogen had wat hij wél wilde, ging hij hele praktische dingen doen. Hij voerde meer gesprekken over hun passie en hoe zij veranderingen zagen. Hij leerde ze meedenken over dingen in de organisatie. Niet door zijn inhoudelijke scherpte op te geven, maar door er iets naast te zetten. Het resultaat was een totaal andere relatie met zijn team.

Dat is precies wat het doorbreken van patronen oplevert. Niet dat je een ander mens wordt, maar dat je repertoire groter wordt. Je kunt nog steeds de inhoud bewaken als dat nodig is. Maar je hebt nu ook de mogelijkheid om te verbinden als dat meer op zijn plaats is.

Wanneer is extra ondersteuning nodig?

Soms weet je al een hele tijd dat een patroon je in de weg zit, maar lukt het niet om het te doorbreken. Je neemt je steeds opnieuw voor om het anders te doen, en toch val je terug in hetzelfde gedrag. Patronen die al tientallen jaren bestaan zijn vaak moeilijk alleen te veranderen.

In de KIM werk je intensief aan het herkennen en doorbreken van je patronen. Je oefent met acteurs en krijgt feedback op je gedrag, terwijl je samen met andere deelnemers onderzoekt wat je patronen in stand houdt. De Cirkel van Acht, een model uit de training, helpt je om niet-effectieve patronen zichtbaar te maken en bewust een andere richting te kiezen. Het is een plek waar je kunt vallen en opstaan, met de steun van mensen die dezelfde worsteling kennen.

Ruimte voor verandering begint bij herkenning

Oude gewoontes loslaten in leiderschap is niet iets wat je in één keer doet. Het is een proces van herkennen en stap voor stap iets anders proberen. Met de wetenschap dat het niet perfect hoeft en dat terugvallen erbij hoort.

Het mooie is dat je het oude patroon niet hoeft weg te gooien. Het heeft je ook veel gebracht. Het gaat erom dat je er niet meer door geleefd wordt, maar dat je bewust kunt kiezen. Soms zet je het patroon in omdat het past. En soms kies je voor iets nieuws, ook al voelt dat ongemakkelijk.

Esther: “Het gaat over bewust kiezen. Zet ik het patroon in of doorbreek ik het?”
Stel jezelf de vraag: welk patroon herken je bij jezelf dat ooit goed werkte, maar nu in de weg zit? En wat zou er veranderen als je morgen één keer bewust een andere keuze maakt?

Inzichten

  1. Oude gewoontes zijn niet alleen lastig. Ze hebben je ook veel opgeleverd. Erken dat voordat je ze probeert te veranderen.
  2. Patronen zitten letterlijk in je hersenen verankerd. Doorbreken vraagt om herhaling en geduld, niet om wilskracht alleen.
  3. De angst voor wat er kan gebeuren als je het anders doet, is bijna altijd groter dan wat er werkelijk gebeurt.
  4. Verandering begint niet met afleren, maar met iets nieuws toevoegen aan je repertoire.
  5. Mild zijn naar jezelf in dit proces is geen luxe. Het is een voorwaarde om vol te houden.

Het begint bij jou

Om hier niet alleen over te lezen, maar het ook naar jezelf toe te trekken, helpt het om even stil te staan bij deze vragen:

  1. Welk patroon herken je bij jezelf dat je als leidinggevende in de weg zit? En wanneer merk je dat het getriggerd wordt?
  2. Wat levert dat patroon je nog op? Wat kost het je? En hoe ziet die winst- en verliesrekening er eerlijk uit?
  3. Wie in je omgeving zou je kunnen helpen om dat patroon zichtbaar te maken en je te steunen bij het doorbreken ervan?

Een kleine oefening

Kies één patroon waarvan je merkt dat het je regelmatig in de weg zit. Dat hoeft niet het grootste te zijn. Juist een patroon dat je vaak tegenkomt is een goed startpunt.

Observeer jezelf de komende week op de momenten dat het patroon wordt getriggerd. Wat gebeurt er net daarvoor? Wat denk je op dat moment? Wat voel je? En wat doe je vervolgens? Schrijf het kort op, twee of drie zinnen zijn genoeg.

Kijk aan het eind van de week terug op wat je hebt opgeschreven. Zie je een lijn? En stel jezelf dan de vraag: wat zou één kleine stap zijn om het de volgende keer net iets anders te doen? Niet perfect, niet radicaal anders. Gewoon één stap.