Hoe breng ik mijn team in beweging?

12 februari 2026

12 min leestijd

Laten we even stilstaan bij

Je kent het wel. De vergadering verloopt zoals altijd. Dezelfde stemmen, dezelfde patronen. Er wordt geknikt, maar er gebeurt weinig. Je voelt dat er meer in zit, dat je team meer kan. Maar hoe krijg je ze in beweging?

Als leidinggevende of teamlid herken je misschien die stilte na een vraag. Of het gebrek aan initiatief, terwijl je weet dat de kennis en kunde er wel degelijk zijn. Het is frustrerend. In een tijd van hybride werken, snelle digitalisering en de roep om meer eigenaarschap voel je dat je die beweging in gang wil zetten, maar hoe?

In deze blog duiken we in de vraag waarom teams vastlopen en wat jij kunt doen om daar verandering in te brengen. Je leest meer over oorzaken en je krijgt concrete tips hoe je beweging kunt stimuleren.

Het klinkt misschien tegenstrijdig: stilstaan om in beweging te komen. Maar juist dat moment van reflectie is waar je begint als je merkt dat beweging uitblijft. Kijk bij dat stilstaan ook waar verschillen zitten, want daar zit een sleutel om verandering in gang te krijgen.

Teams die onderling durven te verschillen, komen in beweging. Trainer Vivian Bastiaensen zegt daarover: “daar waar je verschilt van de ander, breng je juist meerwaarde. Want daar voeg jij iets toe wat een ander niet kan of niet heeft. En precies in dat verschil zit een voedingsbodem voor groei. Doordat we anders kijken, kunnen we ook andere invalshoeken hebben. Een groter palet bestrijken. Meer overzien.”

Waarom is het zo’n uitdaging om je team in beweging te krijgen?

Mensen zijn gewoontedieren. We zoeken naar een rustpunt, naar evenwicht. Zodra we iets gevonden hebben dat werkt, settelen we ons. Zelfs als die gewoonte ons eigenlijk in de weg zit. In teams kan dat gedrag bij elkaar versterkt worden.

Vivian Bastiaensen legt uit: “Kennelijk houden we ons , zelfs als iets niet helpend is, nog liever aan die gewoonte dan iets nieuws te proberen. Een gewoonte doorbreken vraagt bewustzijn, en vaak zit daar ook spanning.”

Het voordeel van een gewoonte is duidelijk: je hoeft er niet over na te denken. Het gaat automatisch. En juist als het spannend wordt, schieten we in dat bekende gedrag. Veilig, voorspelbaar, maar niet altijd helpend of effectief.

Daar doorheen breken vraagt iets van je. Het vraagt dat je blijft prikkelen. Dat er een belang is dat groter is dan het comfort van het bekende.

Wat gebeurt er als je niets doet?

Stilstand voelt misschien veilig, maar heeft een prijs. De motivatie zakt weg. Kleine irritaties groeien uit tot sluimerende conflicten. De druk komt op een paar schouders te liggen. En ondertussen verandert de wereld om je heen in razend tempo.

Teams vergeten vaak hoe belangrijk het is om te blijven leren met elkaar. Maar als je niet leert, pas je niet aan. En wie niet aanpast, raakt achterop. Niet alleen als team, maar ook als individu.

Een team in stilstand heeft iets saais, zegt Vivian. En dat heeft ook gevolgen…Terwijl een team in beweging mag aanmodderen. Sterker nog: soms moet het even slechter worden voordat het beter wordt. Dat ongemak, die wrijving, dat is precies waar de groei zit, als individu en als team. Daar begint iets te leven.

Vijf strategieën om je team in beweging te krijgen

Er is geen magische knop die je team van stilstand naar actie brengt. Maar er zijn wel concrete stappen die je kunt zetten. Hieronder vijf strategieën die zowel voor leidinggevenden als teamleden werken.

Tip 1: Maak het gezamenlijke doel glashelder

Om door spannende fasen heen te komen, heb je iets nodig dat groter is dan de weerstand. Een gemeenschappelijk doel dat je echt aan het hart gaat. Vivian stelt: “Waarvoor wil jij door het vuur gaan? Waarvoor wil jouw team door het vuur gaan?”

Dat doel hoeft niet groots of abstract te zijn. Het kan gaan over waar je team gelukkiger van wordt. Of waar de wereld een klein beetje mooier van wordt. Voor een groter doel vechten is soms makkelijker dan voor je eigen kleine hachje, zegt Vivian. En het geeft ook vervulling.

Vivian geeft als voorbeeld: “Ik zeg weleens tegen vrouwen, als je onderhandelt over je salaris, dan doe je het niet voor jezelf alleen. Voor onszelf alleen vinden sommigen dat moeilijk. Maar als we bedenken: ik doe het ook voor alle vrouwen, dan komt er een andere kracht los. Dan komt er een andere energie.” Precies zo werkt het ook in teams. Een groter doel maakt dat je over je eigen drempels heen stapt.

Zo’n gezamenlijk doel werkt ook als kapstok. Het helpt om kleine verschillen te overstijgen, om niet te verzanden in details over bijvoorbeeld wel of geen procedure, of om werkstijlen die botsen. Als je steeds terugkeert naar dat hogere doel, staan de neuzen weer dezelfde kant op.

Maar let op: één keer vaststellen is niet genoeg. Je moet dat doel regelmatig terughalen. Levend houden. Anders belandt het in de kast, tussen de vergeten acroniemen van vorige heisessies.

Een praktische manier om dit te doen: formuleer samen principes over hoe jullie als team willen samenwerken. Bijvoorbeeld: praat niet over elkaar, maar met elkaar. Of: Luister met je hart, voorbij woorden. Zorg niet alleen voor je punt, maar ook voor het veld. Hang ze op. Kom erop terug. Reflecteer samen op hoe het gaat.

Tip 2: Geef ruimte voor initiatief en fouten

Als er geen fouten gemaakt mogen worden, kan er niet geleerd worden. Zo simpel is het. Nieuwe dingen uitproberen, spannende gesprekken voeren, het vraagt dat je mag struikelen. Hetzelfde geldt voor initiatief. Vivian is daar helder over: “Als je zonder verbinding initiatieven dood slaat, sla je ook leven uit het team.”

Mensen worden gelukkig van dingen mogen creëren. Van het gevoel: hier ben ik van betekenis geweest. Hier hebben we samen iets neergezet. Dat geeft trots en verbinding. Neem dat weg, en je neemt de autonome motivatie weg.

Hoe creëer je die ruimte? Het zit in gedrag. In hoe je reageert als iemand iets inbrengt. Fakkel je het af, doe je er lacherig over, of neem je het juist te zwaar? Al die reacties bepalen of mensen de volgende keer weer hun mond opendoen. Let daarop. Bij jezelf, en bij anderen.

Tip 3: Zet in op verbinding en vertrouwen

Het mooie aan verbinding is dat die er eigenlijk altijd al is. We zijn verbonden met elkaar, in onze rollen, in onze afhankelijkheden. Maar met ons hoofd zetten we er van alles tussen. We sluiten ons af, trekken ons terug.

De dingen die tussen de regels door gezegd worden maar niet echt op tafel komen, die hebben we op te sporen. Pas als we de realiteit op tafel krijgen, kan het transformeren. Kunnen we erkenning geven, de werkelijke belangen ontdekken en doen of laten wat nodig is.

Vivian zegt hierover: “Veilige bedding bestaat eigenlijk niet. We zijn allemaal mensen en dus feilbaar. Je moet als team doorzetten om de nodige dingen met elkaar aan te gaan Schakelen tussen discussie en dialoog. Totdat je het samen geleerd hebt om een goed gesprek te voeren.

Praktisch kun je makkelijk uit te voeren reflecties met elkaar als team doen. Een plus-min analyse na een project: wat ging goed, wat ging minder? Een stoplichtmethode: groen, oranje, rood. Kleine evaluatiemomenten waarin je samen reflecteert op hoe het ging en wat je volgende keer anders wilt doen. Een moment ook om een bijdrage te waarderen.

Tip 4: Geef het goede voorbeeld

Voorbeeldgedrag doet volgen. Dat klinkt als een open deur, maar de praktijk is weerbarstiger. Als jij wilt dat je team de confrontatie aangaat, zul je zelf ook af en toe het voorbeeld moeten geven. Wil je dat ze initiatief nemen, dan moet jij het niet overnemen zodra het spannend voelt. Wil je dat ze elkaar vertrouwen, dan zul je daarin voor moeten gaan.

Vivian noemt dit één van haar belangrijkste principes als trainer: “Wil je dat het team zich kwetsbaar opstelt? Hoezeer ben jij dan bereid om je te laten raken in een gesprek? Of poets je het meteen weg, ga je je straatje schoonvegen, ga je snel op de inhoud wanneer het dichtbij komt?”

Het vraagt lef om dat gebied op te zoeken, daar waar het ongemakkelijk wordt. Maar precies daar, zegt Vivian, zit je op het goede spoor: Leren gaat gepaard met ongemak.

Tip 5: Vier kleine successen samen

Teams hebben voortdurend te leren. In jullie? vakgebied, in deze snel veranderende wereld. Dat vraagt steeds nieuw gedrag. En nieuw gedrag waarderen helpt om het te bekrachtigen. Anders trekken de oude gewoontes je zo weer terug.

Door samen successen te vieren, creëer je plezierige momenten. En uit plezier ontstaat verbinding. Plezier op het werk maakt mensen gelukkiger, en gelukkigere mensen gunnen elkaar meer.

Vivian maakt de observatie: “Sommige mensen vinden het makkelijker om te falen dan te stralen.” Als iemand geleerd heeft dat op succes altijd een afrekening volgde, kan vieren spannend zijn. Wees je daarvan bewust.

Tegelijk waarschuwt ze voor eenzijdigheid. Als je alleen successen viert, mis je de ruimte voor kwetsbaarheid. En als je alleen op problemen focust, is er geen plek voor trots. Leven en leren vraagt om dynamische balans . Zodat het hele palet er mag zijn.

Praktijkvoorbeeld: van stilstand naar beweging

In trainingen ziet Vivian een terugkerend patroon. In het begin zet zij als trainer enkele kaders neer. Dat geeft houvast, Dat brengt rust en een kapstok. . Maar dan komt er een moment waarop je voelt: denkt: nu moeten ze het zelf gaan doen. Want dan gaan ze pas echt leren.

Dat moment is spannend. Zolang zij het heft in handen houdt, blijft de spanning eruit. Een team moet leren om dat ongemak te verdragen. En als teamcoach moet je het gemodder zelfs een beetje leuk gaan vinden.

Soms moet je het even laten verslechteren. Een team ergens last van laten krijgen. Emoties in beweging brengen, want emoties zijn wat ons ‘emoveert’ ofwel:motiveert. Als mensen het echt zelf voelen, nemen ze initiatief, en spreken ze zich uit.

Wat ook helpt: leren luisteren. Echt luisteren. Vivian ziet het bij managementteams keer op keer. “Er zijn zoveel teams die door associëren op anderen, maar niet écht horen wat er gezegd wordt. luisteren. Luisteren en doorvragen, in plaats van meteen reageren. Zodat mensen zich gehoord voelen. Dat is zoveel motiverender.”

En dan is er nog dit: kun je door iemands weerstand heen luisteren? Kun je scherpe uitspraken dingen niet persoonlijk nemen? Dat vermogen is cruciaal. Niet makkelijk, wel te leren.

Wanneer is extra ondersteuning nodig?

Soms kom je er als team niet alleen uit. Dat is geen falen, dat is realistisch. Er zijn signalen die erop wijzen dat professionele begeleiding waardevol kan zijn.

Aanhoudende weerstand die niet weggaat. Terugkerende conflicten die steeds dezelfde patronen volgen. Blijvende demotivatie ondanks pogingen tot verbetering. Als die signalen zich opstapelen, loont het om externe hulp in te schakelen.

Een training in teamcoaching en groepsdynamica zoals deze kan inzicht geven in wat er onder de oppervlakte speelt. Of een programma rond coachend leiderschap zoals deze, waarin je leert hoe je als leider beweging faciliteert zonder het over te nemen. Soms is juist die blik van buiten wat je team nodig heeft om door te breken.

Samen in beweging komen vraagt lef en aandacht

Een team in beweging brengen is geen rechte lijn. Het vraagt dat je weerstand aangaat, want precies daar zit de groei. Het vraagt ook dat je leert om ongemak leuk te vinden of in ieder geval te verdragen. Te zien als informatie, als leermateriaal.

Goed leiderschap betekent durven bewegen én anderen meenemen. Door te luisteren. En door samen te vieren wat goed gaat.

Inzichten

Een visie die groter is dan de angst. Zonder een gemeenschappelijk doel dat ertoe doet, is er onvoldoende brandstof om door het ongemak heen te komen.

Gewoontegedrag is taai. Teams settelen zich in bekende patronen, zelfs als die niet helpen. Blijf prikkelen.

Zonder fouten geen leren. Ruimte voor initiatief en experimenteren is cruciaal. Sla dat niet dood.

Voorbeeldgedrag doet volgen. Je kunt niet van je team vragen wat je zelf niet laat zien.

Balans tussen stralen en falen. Vier successen, maar maak ook ruimte voor kwetsbaarheid. Beide horen erbij.

Het begint bij jou. Reflectie.

Om hier niet alleen over te lezen, maar het ook naar jezelf toe te trekken, helpt het om even stil te staan bij deze vragen:

  1. Waarvoor wil jij door het vuur gaan? En weet je team dat ook?
  2. Hoezeer ben jij bereid om je te laten raken in een gesprek? Of ga je snel naar de inhoud wanneer het dichtbij komt?
  3. Hoe spannend vind jij het eigenlijk om dat verboden gebied op te zoeken, daar waar het ongemakkelijk wordt?

Een kleine oefening

Voor teams die willen oefenen met vertragen en het goede gesprek voeren, is er een simpele maar krachtige interventie. Je hebt er niet meer voor nodig dan een belletje.

Zet het belletje midden op tafel tijdens een overleg waarvan je weet dat het verhit kan worden. Spreek vooraf met elkaar af dat iedereen de permissie heeft om erop te tikken. Dat mag wanneer je merkt dat het gesprek te snel gaat, wanneer er te veel ego in de ruimte is, of wanneer je denkt: voeren we nu eigenlijk nog wel het goede gesprek?

Na de tik volgt een minuut stilte. Iedereen krijgt de ruimte om bij zichzelf te overdenken: ben ik nu vanuit ego aan het praten? Zijn we nog met elkaar in balans? Wat heeft dit gesprek nodig? Na die minuut hervat je het gesprek.

Vivian heeft deze oefening vaker gedaan en noemt hem geweldig. Maar ze is ook eerlijk over wat ze ziet gebeuren: mensen durven vaak niet op dat belletje te tikken. Aan het eind van een vergadering hoor je dan: “Toen dacht ik belletje, en toen ook, en toen weer. Maar ik heb het niet gedaan.” Dat laat precies zien hoe moeilijk het is om te schakelen tussen discussie en dialoog. Om het gesprek stil te zetten wanneer dat nodig is. Dat vraagt lef.

Want veel mensen vinden stiltes doodeng. Maar als je dat met je team leert verdragen, als je leert om die stilte er te laten zijn, dan kunnen er hele waardevolle nieuwe ideeën bovenkomen. Ideeën die in de drukte van het doorpraten nooit de ruimte hadden gekregen.